Uitspraak Commissie van Beroep
Strekking van ons protest betrof de speelgerechtigheid van Berend Westdijk in de derde en laatste finalewedstrijd VRA-ACC.
De cricketbond heeft (schriftelijk) Westdijk conform artikel 18 lid 2 van de Statuten een straf van één wedstrijd opgelegd, waartegen VRA in beroep ging.
Waarop de straf opgeschort werd, totdat de zaak voor zou komen.
Ons protest betrof dat de bond met het opschorten van de straf een blunder beging.
Een beroep tegen deze straf (conform artikel 18) kent namelijk geen opschortende werking. Westdijk was, hangende de behandeling van de zaak, voorlopig gestraft.
Een serie blunders van de bond omlijstte de behandeling van dit incident. Binnen 48 uur werd op de website van de cricketbond 4 keer de straf aangepast.
Door de competitieleider werd duidelijk aangegeven dat de bond artikel 18 hanteerde, een kopie van het betreffende artikel werd zelfs toegestuurd.
Tevens schoot de bond schromelijk tekort in de snelheid en wijze waarop de Tuchtcommissie op dit incident werd aangesproken (gesteld dat dit noodzakelijk was, Westdijk was immers voorlopig geschorst).
Die hadden makkelijk bijeen kunnen komen voor een dergelijke belangrijke zaak.
ACC heeft onder protest de wedstrijd gespeeld.
In de behandeling van de zaak argumenteerde de cricketbond dat hier sprake is van een imperfectie, (een foutje), ze bedoelden namelijk artikel 4 van het Tuchtreglement te gebruiken.
Alle handelingen die ze daarna hebben verricht, zouden duiden op het hanteren van dit reglement. (Dat hebben we gemerkt).
En daar is wel een beroep tegen mogelijk, dus er was niets aan de hand. Daarboven ging het ACC niets aan, het was een zaak tussen de bond en de speler.
Een ander argument was dat de bond toch al van plan was de Statuten te wijzigen, want dit was allemaal wel erg verwarrend.
De Commissie van Beroep heeft deze argumenten geaccepteerd en het verzoek van ACC afgewezen.
Het ACC bestuur vindt dit een laffe uitspraak van de CvB. De gevolgen van het toekennen van ons protest zouden omvangrijk en spraakmakend zijn, het gaat ACC echter te ver om de bond toe te staan te "kwartetten" met reglementen en artikelen. En dan vooral een artikel te gebruiken, schriftelijk te bevestigen, en vervolgens te beweren een ander artikel bedoeld te hebben, (ze hadden immers gehandeld volgens een ander artikel ...).
Voortaan dienen wij ons, met dank aan de Commissie van Beroep, af te vragen of de bond wel degelijk een bepaald artikel bedoelt en niet misschien een andere. Het zij zo.
ACC kan nog de weg richting de burger rechter behandelen. Daarover volgt nog een besluit, het ligt echter niet voor de hand.
Daarnaast is ACC buitengewoon teleurgesteld in de handelswijze van het KNCB bestuur. In aanloop naar de finale had het bestuur zich, door middel van een maatregel van het bestuur, al een keer in de strijd gemengd door VRA als winnaar van de reguliere competitie aan te wijzen, met het bijbehorende thuisvoordeel, ondanks dat de laatste wedstrijd nog gespeeld diende te worden. Vervolgens blundert ze bij de behandeling van deze, op het oog simpele, zaak. In beide gevallen is ACC benadeeld.
Voor de goede lezer: dit is dus geen zaak van ACC tegen VRA. Onze verwijten gaan richting de KNCB. Dat een speler zich misdraagt, en daarvoor gestraft dient te worden, is ter beoordeling van de scheidsrechters en de tuchtcommissie. Het is een goed recht van VRA bezwaar in te dienen tegen een opgelegde straf, zelfs als dat pro forma dient tot uitstel van straf.
Nu deze uitspraak een feit is, feliciteren wij VRA met het behaalde kampioenschap.
Wij danken Pieter Sandberg voor zijn ondersteuning bij deze zaak.
Het Bestuur.
Noot: inmiddels heeft VRA het beroep ingetrokken, heeft de VRA aanvoerder zijn excuses aangeboden voor het gedrag van zijn speler en is Westdijk 2 wedstrijden, waarvan 1 voorwaardelijk, door de Tuchtcommissie gestraft.





