Gefeliciteerd meneer!(© H.S. van Trommel)
“Huh?”, reageerde degene die door Booij als “de chroniqueur” is opgevoerd in ACC’ recentste glossy uitgave. In het licht van latere ontwikkelingen valt des chroniquers verwarde reactie te begrijpen, maar daar hij, zoals de in de titel van dit verslag genoemde desgevraagd kan beamen, niet over noemenswaardige profetische gave beschikt en het chronologische hem heilig schijnt te zijn, komt het verstandig voor de tijdbalk niet te verlaten en te schetsen waarmee hij gelukgewenst werd.
De overwinning van het Nederlands team op de vertegenwoordigers van het perfide Albion bleek ook ten oosten van de eens machtige rivier de IJ. niet onopgemerkt te zijn gebleven en hoewel men zou overdrijven wanneer men zou beweren dat iedereen in de ooit grote stad Z. de in de Britse kranten aangekondigde ondergang van het Engelse team besprak, kon men, zonder zich te buiten zijn gegaan aan wetenschappelijk onderzoek, een sterk gestegen aandacht voor de cricketsport vaststellen. Niet dat er op elke vierkante meter van de Zaadmarkt groepjes opgewonden Z.-phenaren stonden die met rode konen en overslaande stemmen de laatste over becommentarieerden, waarin de Nederlandse batsmen rap en de Engelse fielders schlemielig waren geweest, maar toch, het woord “cricket” werd in de dagelijkse conversatie niet slechts door één leraar aan het trotse Stedelijk gebruikt en dat is, hoe men het ook wendt of keert, een geweldige prestatie van Smits c.s. De gebruikelijke vragen over schoolzaken verdwenen naar de achtergrond en diegenen die genoemde chroniqueur wisten te vinden, wilden weten “hoe het nu eigenlijk zat”, daaraan onmiddellijk toevoegend er “zelf niets van te begrijpen”, wat illustreert dat leerlingen en leraren minder verschillen dan menigeen denkt, want het “ik begrijp het niet” ligt eerstgenoemden in de mond bestorven. (Er zijn natuurlijk veel uitzonderingen. Gelukkig maar, anders werd men voor de klas echt gek.) De gedachte een zoektochtje met behulp van goegel over het WWW te maken is natuurlijke geen gekke, maar vereist uitvoeringshandelingen en die laten de werkdruk niet toe, uiteraard. Of J. Balk bellen, dat kan natuurlijk ook.
Affijn, er werd over cricket gepraat. Om mensen niet helemaal van hun geloof te laten vallen, legde de chroniqueur geduldig uit dat “de regels inderdaad héél erg moeilijk zijn” en bestreed hij het onuitroeibaar vooroordeel over het elitaire karakter van de o zo mooie cricketsport. Laat ons hopen dat na zijn geforceerde vertrek uit de oude Hanzestad het ledenaantal van de niet zo lang geleden opgerichte club “Gelre” een andere trend zal vertonen dan de curve der kenniszoekenden aan een niet nader te omschrijven onderwijsinstituut in Z. Een dag later keek een aantal geïnteresseerden naar de “treurbuis” en traden al doende virtueel een zeer bekend clubhuis binnen, waar cricketliefhebbers naar een live verslag zaten te kijken. De peinzende blik van Soleman verried twee dingen: 1) hij ging zó op in de wedstrijd dat hij een naald in zijn lichaam ingebracht niet zou hebben gevoeld en 2) het ging niet goed met het Nederlands elftal. Helaas kreeg de Nederlandse kijker geen integrale weergave (met als het even kon commentaar van een deskundige als E. van Muiswinkel of J. P. van Vliet en niet van een sportjournalist die cricket “er wel effe bij doet”) van de strijd voorgeschoteld, maar de vlijmscherpe analyse van genoemde Balk mocht er wezen en dient in ieders geheugen voort te leven. De mensen in Pakistan, zo bleek J. Balk terecht te weten, hadden het moeilijk en de zo juist vertoonde grote overwinning op the Netherlands (= Holland in het Engels) zou hun gemoedstoestand positief beïnvloeden. Weer wat geleerd.
Zo gewonnen, zo geronnen. De interesse in de edele cricketsport verdampte en afgelopen Zaterdag konden de Veteranen tegen CCG wederom in eigen kring turf steken. Het eerste veld lag er prachtig bij en daar het uit echt gras bestaat en niet, zoals het tweede veld van HCC, waarop tegen genoemde club een gevoelige en stevige nederlaag werd geleden, uit een aardolieproduct, was het in meer dan één opzicht een thuiswedstrijd. Na schier oeverloos gepalaver kwamen de captains overeen dat CCG mocht gaan batten.
Captain Eldering had weer de nodige problemen gekend om elf vijfendertig plussers bereid te vinden de eer van ACC hoog te houden, maar daar de Zami’s niet speelden, kon hij een beroep doen op de secretaris, dat, zo moet hij geweten hebben, met de gebruikelijke flair werd gehonoreerd. Knüpfer was blij dat hij kon cricketen. In één moeite door hekelde hij Booij, die ondanks een niet overdadige gezichtsbeharing bleek mee te doen aan iets met de duistere naam “snorren tournooi”.
CCG vertrok gestaag uit de startblokken en openers Mir en Huygen belandden door gerichte schoten elk met een half century in de boeken, in casu de website van de KNCB. Eldering (1 wicket), Soleman (idem) en von Schmidt (geen wicket) probeerden in hun rol van vaste aanval de run rate laag te houden, hetgeen niet ècht lukte. Nierop en Knüpfer bowlden ook en helaas waren zij niet succesvol. Het fielden van de Veteranen was beter verzorgd dan in sommige der voorgaandewedstrijden en de weinige toeschouwer konden slechts een enkel misfieldje en weigerinkje noteren indien ze daar de lust toe voelden.
S. Volten (CCG), die de cijfers naar de KNCB heeft doorgesluisd, meldt ter plaatse dat hij de naam van Janssen niet kon vinden op de ACC-ledenlijst, wat een ieder die weet hoe lang dit Lid van Verdienste vele ACC-teams heeft gediend vreemd in de oren klinkt. Nog gekker wordt het wanneer men hem voor de eeuwigheid als “invalster2” ziet genoteerd. “Wondere Waerled” zou de ons helaas ontvallen Chriet T. hebben gezegd ware hij nog in leven èn op de hoogte van de meest elementaire kennis der Laws of Cricket geweest. (Hoewel, iemand met zo’n voornaam…) Hoe het ook zij, Janssen stumpte en ving dat het een aard had.
Toen de BBC nog cricketwedstrijden uitzond, die slechts onderbroken werden door trage en saaie verslagen van een happening die “Royal Ascot” heette waarop mannen in trouwkleding en vrouwen met bizarre hoedjes onder het genot van liters veel te dure Champagne naar paarden keken die hard in een rondje holden, daarbij soms poten brekend, kon men regelmatige de schitterende zinswending “any youngster watching” horen. Welnu, any youngster watching, had Zaterdag kunnen zien hoe De Jonge, Mr. P voor intimi, een mijlpaal in zijn cricketbestaan bereikte door tegen het schamele bedrag van zestig runs vijf wickets te nemen. “Hulde”, aldus de afwezige Booij.
Ondanks des De Jonges geweldige prestatie zette CCG 271runs op het bord. De Veteranen wisten wat hun te doen stond en Hillen (22) en R. Balk (4) togen aan de arbeid, die helaas voor hen en het team te kort mocht duren. Eldering (36) en Soleman (32), die de Solemen shuffle tegenwoordig niet meer op het veld maar in de keuken praktiseert, deden hoogst belangrijke duiten in het zakje. Het kon nog, zo kon men CCG horen zeggen. Knüpfer hoorde niets, want hij was, zoals dat heet, in de zone en scoorde run na run. Met de koele rekenvaardigheden die hem eigen zijn, was hij bezig de Veteranen richting het gewenste totaal te batten, en al was dat misschien te groot, hij deed zijn best. En hoe. Ook hierover zei de afwezige Booij “Hulde!” Helaas, De Geer zond Knüpfer na 92 runs richting clubhuis. Von Schmidts (1) aanvallende stijl kon jammer genoeg het blad niet meer wenden en ook het snelle en positieve stroke play van Janssen (9) en Van Leeuwen (2) bleek niet voldoende. Nierop (4 n.o.) heeft menig winnende innings gespeeld, maar door het laffe geprik van Boer (1 n.o.), die hem van de strike hield, kon hij geen hoofdstuk toevoegen aan zijn nog onvoltooide, uiteraard zeer spannende jongensboek voor de gerijpte jeugd “Cees, Cricketer”. Zeven zessen, meer niet, was hij, en dus zijn team, verwijderd van de overwinning. ACC 233/9. De Jonge kon zijn kratje gaan bestellen.
Goede wedstrijd, goede sfeer, volgende week weer!
Voor cijfer fetisjisten: klik hier
B. B.
De overwinning van het Nederlands team op de vertegenwoordigers van het perfide Albion bleek ook ten oosten van de eens machtige rivier de IJ. niet onopgemerkt te zijn gebleven en hoewel men zou overdrijven wanneer men zou beweren dat iedereen in de ooit grote stad Z. de in de Britse kranten aangekondigde ondergang van het Engelse team besprak, kon men, zonder zich te buiten zijn gegaan aan wetenschappelijk onderzoek, een sterk gestegen aandacht voor de cricketsport vaststellen. Niet dat er op elke vierkante meter van de Zaadmarkt groepjes opgewonden Z.-phenaren stonden die met rode konen en overslaande stemmen de laatste over becommentarieerden, waarin de Nederlandse batsmen rap en de Engelse fielders schlemielig waren geweest, maar toch, het woord “cricket” werd in de dagelijkse conversatie niet slechts door één leraar aan het trotse Stedelijk gebruikt en dat is, hoe men het ook wendt of keert, een geweldige prestatie van Smits c.s. De gebruikelijke vragen over schoolzaken verdwenen naar de achtergrond en diegenen die genoemde chroniqueur wisten te vinden, wilden weten “hoe het nu eigenlijk zat”, daaraan onmiddellijk toevoegend er “zelf niets van te begrijpen”, wat illustreert dat leerlingen en leraren minder verschillen dan menigeen denkt, want het “ik begrijp het niet” ligt eerstgenoemden in de mond bestorven. (Er zijn natuurlijk veel uitzonderingen. Gelukkig maar, anders werd men voor de klas echt gek.) De gedachte een zoektochtje met behulp van goegel over het WWW te maken is natuurlijke geen gekke, maar vereist uitvoeringshandelingen en die laten de werkdruk niet toe, uiteraard. Of J. Balk bellen, dat kan natuurlijk ook.
Affijn, er werd over cricket gepraat. Om mensen niet helemaal van hun geloof te laten vallen, legde de chroniqueur geduldig uit dat “de regels inderdaad héél erg moeilijk zijn” en bestreed hij het onuitroeibaar vooroordeel over het elitaire karakter van de o zo mooie cricketsport. Laat ons hopen dat na zijn geforceerde vertrek uit de oude Hanzestad het ledenaantal van de niet zo lang geleden opgerichte club “Gelre” een andere trend zal vertonen dan de curve der kenniszoekenden aan een niet nader te omschrijven onderwijsinstituut in Z. Een dag later keek een aantal geïnteresseerden naar de “treurbuis” en traden al doende virtueel een zeer bekend clubhuis binnen, waar cricketliefhebbers naar een live verslag zaten te kijken. De peinzende blik van Soleman verried twee dingen: 1) hij ging zó op in de wedstrijd dat hij een naald in zijn lichaam ingebracht niet zou hebben gevoeld en 2) het ging niet goed met het Nederlands elftal. Helaas kreeg de Nederlandse kijker geen integrale weergave (met als het even kon commentaar van een deskundige als E. van Muiswinkel of J. P. van Vliet en niet van een sportjournalist die cricket “er wel effe bij doet”) van de strijd voorgeschoteld, maar de vlijmscherpe analyse van genoemde Balk mocht er wezen en dient in ieders geheugen voort te leven. De mensen in Pakistan, zo bleek J. Balk terecht te weten, hadden het moeilijk en de zo juist vertoonde grote overwinning op the Netherlands (= Holland in het Engels) zou hun gemoedstoestand positief beïnvloeden. Weer wat geleerd.
Zo gewonnen, zo geronnen. De interesse in de edele cricketsport verdampte en afgelopen Zaterdag konden de Veteranen tegen CCG wederom in eigen kring turf steken. Het eerste veld lag er prachtig bij en daar het uit echt gras bestaat en niet, zoals het tweede veld van HCC, waarop tegen genoemde club een gevoelige en stevige nederlaag werd geleden, uit een aardolieproduct, was het in meer dan één opzicht een thuiswedstrijd. Na schier oeverloos gepalaver kwamen de captains overeen dat CCG mocht gaan batten.
Captain Eldering had weer de nodige problemen gekend om elf vijfendertig plussers bereid te vinden de eer van ACC hoog te houden, maar daar de Zami’s niet speelden, kon hij een beroep doen op de secretaris, dat, zo moet hij geweten hebben, met de gebruikelijke flair werd gehonoreerd. Knüpfer was blij dat hij kon cricketen. In één moeite door hekelde hij Booij, die ondanks een niet overdadige gezichtsbeharing bleek mee te doen aan iets met de duistere naam “snorren tournooi”.
CCG vertrok gestaag uit de startblokken en openers Mir en Huygen belandden door gerichte schoten elk met een half century in de boeken, in casu de website van de KNCB. Eldering (1 wicket), Soleman (idem) en von Schmidt (geen wicket) probeerden in hun rol van vaste aanval de run rate laag te houden, hetgeen niet ècht lukte. Nierop en Knüpfer bowlden ook en helaas waren zij niet succesvol. Het fielden van de Veteranen was beter verzorgd dan in sommige der voorgaandewedstrijden en de weinige toeschouwer konden slechts een enkel misfieldje en weigerinkje noteren indien ze daar de lust toe voelden.
S. Volten (CCG), die de cijfers naar de KNCB heeft doorgesluisd, meldt ter plaatse dat hij de naam van Janssen niet kon vinden op de ACC-ledenlijst, wat een ieder die weet hoe lang dit Lid van Verdienste vele ACC-teams heeft gediend vreemd in de oren klinkt. Nog gekker wordt het wanneer men hem voor de eeuwigheid als “invalster2” ziet genoteerd. “Wondere Waerled” zou de ons helaas ontvallen Chriet T. hebben gezegd ware hij nog in leven èn op de hoogte van de meest elementaire kennis der Laws of Cricket geweest. (Hoewel, iemand met zo’n voornaam…) Hoe het ook zij, Janssen stumpte en ving dat het een aard had.
Toen de BBC nog cricketwedstrijden uitzond, die slechts onderbroken werden door trage en saaie verslagen van een happening die “Royal Ascot” heette waarop mannen in trouwkleding en vrouwen met bizarre hoedjes onder het genot van liters veel te dure Champagne naar paarden keken die hard in een rondje holden, daarbij soms poten brekend, kon men regelmatige de schitterende zinswending “any youngster watching” horen. Welnu, any youngster watching, had Zaterdag kunnen zien hoe De Jonge, Mr. P voor intimi, een mijlpaal in zijn cricketbestaan bereikte door tegen het schamele bedrag van zestig runs vijf wickets te nemen. “Hulde”, aldus de afwezige Booij.
Ondanks des De Jonges geweldige prestatie zette CCG 271runs op het bord. De Veteranen wisten wat hun te doen stond en Hillen (22) en R. Balk (4) togen aan de arbeid, die helaas voor hen en het team te kort mocht duren. Eldering (36) en Soleman (32), die de Solemen shuffle tegenwoordig niet meer op het veld maar in de keuken praktiseert, deden hoogst belangrijke duiten in het zakje. Het kon nog, zo kon men CCG horen zeggen. Knüpfer hoorde niets, want hij was, zoals dat heet, in de zone en scoorde run na run. Met de koele rekenvaardigheden die hem eigen zijn, was hij bezig de Veteranen richting het gewenste totaal te batten, en al was dat misschien te groot, hij deed zijn best. En hoe. Ook hierover zei de afwezige Booij “Hulde!” Helaas, De Geer zond Knüpfer na 92 runs richting clubhuis. Von Schmidts (1) aanvallende stijl kon jammer genoeg het blad niet meer wenden en ook het snelle en positieve stroke play van Janssen (9) en Van Leeuwen (2) bleek niet voldoende. Nierop (4 n.o.) heeft menig winnende innings gespeeld, maar door het laffe geprik van Boer (1 n.o.), die hem van de strike hield, kon hij geen hoofdstuk toevoegen aan zijn nog onvoltooide, uiteraard zeer spannende jongensboek voor de gerijpte jeugd “Cees, Cricketer”. Zeven zessen, meer niet, was hij, en dus zijn team, verwijderd van de overwinning. ACC 233/9. De Jonge kon zijn kratje gaan bestellen.
Goede wedstrijd, goede sfeer, volgende week weer!
Voor cijfer fetisjisten: klik hier
B. B.
Ballenactie 2012
Select Language
Zoeken
Sponsors
Routeplanner naar ACC
Vul je adres in en je route wordt uitgerekend






